pensioenspecialist. Sjoerd Witjes

11

‘In het nieuwe stelsel krijgen alle deelnemers een persoonlijk vermogen’

VRAGEN

aan de pensioenspecialist

Het zijn spannende tijden in pensioenland. Er komt een nieuw pensioenstelsel aan, waardoor er veel verandert. Ondertussen hebben we nog steeds te maken met de dekkingsgraad die behoorlijk kan schommelen. Sjoerd Witjes is pensioenspecialist bij PME en kan duidelijk uitleggen hoe het allemaal in elkaar steekt.

1Wat is nu eigenlijk de dekkingsgraad?
“Het is een percentage waaraan je kunt zien hoe gezond een pensioenfonds is. Als onze dekkingsgraad op 100 procent staat, hebben we precies genoeg geld om alle pensioenen uit te keren, ook de pensioenen die we over vijftig jaar moeten uitkeren. Nu staat de dekkingsgraad boven de 100 procent, dat betekent dat we nu aan de goede kant van de grens zitten. Als we echt helemaal veilig willen zitten, moeten we naar ongeveer 120 procent toe. Dan hebben we voldoende zekerheid om een slecht beleggingsjaar te kunnen opvangen.”

2Wat doet de dekkingsgraad? 
“De dekkingsgraad bepaalt wat we kunnen. Als de dekkingsgraad op 110 procent zit, mogen we de pensioenen deels verhogen. Als onze dekkingsgraad té lang te laag is, moeten we de pensioenen verlagen. Rond die 100 procent is het spannend, want als we een slecht beleggingsjaar hebben, of een aantal slechte jaren, duiken we weer onder die 100 procent en moeten we maatregelen nemen, bijvoorbeeld de pensioenen verlagen.”

3Betekent dit dat de dekkingsgraad alleen gevolgen heeft voor gepensioneerden?
“Nee, voor iedereen. Gepensioneerden merken het direct in hun portemonnee: zij krijgen dan een aanpassing van hun maandelijkse uitkering. Mensen die nog niet met pensioen zijn, merken het als ze inloggen op mijnpensioenoverzicht.nl. Daar zien ze dat hun verwachte pensioen wordt aangepast.”

4Er komt een nieuw pensioenstelsel.Wat verandert er?
“Nu bouwen alle deelnemers pensioen op in één grote pot. In het nieuwe pensioenstelsel ziet een deel­nemer precies hoeveel geld er voor zijn eigen pensioen is gespaard. Dit heet het persoonlijke pensioenvermogen: een eigen pot, waarin ze samen met de werkgever zelf premie hebben ingelegd. Daaraan wordt jaarlijks het rendement toegevoegd of onttrokken dat het pensioenfonds heeft gehaald. Naast het persoonlijke pensioenvermogen laten we ook zien hoe hoog de uitkering naar verwachting wordt.”

5De dekkingsgraad verdwijnt. Waarom is dat?
“Het grote probleem met de dekkingsgraad is dat die, ondanks de goede beleggingsresultaten, rond de  100 procent blijft hangen. Dat heeft te maken met onder andere de lage rente. Voor de dekkingsgraad rekenen we met een rente van ongeveer 0,2 procent. Dat betekent dat als we over twintig jaar een uitkering van 1.000 euro moeten doen, we nu al 960 euro in kas moeten hebben, want die twintig jaar rente levert bijna niks op. Jaren geleden was de rente veel hoger, toen hoefden we maar 500 euro (op basis van de rente in 2010) in kas te hebben om over twintig jaar die 1.000 euro te kunnen uitkeren. We moeten dus nu meer dan twee keer zoveel in kas hebben om die toekomstige uitkering te kunnen doen. Dit maakt dat die dekkingsgraad niet meer van zijn plek afkomt, ondanks dat we met beleggen goede rendementen hebben behaald van gemiddeld acht à negen  procent per jaar.”

6Kunnen deelnemers en gepensioneerden er ook voor kiezen om in het oude pensioenstelsel te blijven?
“Nee, dat kan niet. Vanaf de ingang van het nieuwe stelsel gaat iedereen pensioen opbouwen in dit nieuwe stelsel. Dat is verder geen keuze, dat is de wet. De sociale partners, dat zijn de werkgevers en vakbonden samen, bepalen wat ze met de nu al opgebouwde pensioenen gaan doen. Het uitgangspunt is dat die ook worden omgezet naar het nieuwe stelsel, omdat ze verwachten dat dit voor iedereen beter is.”

7Wat is beter: vóór de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel met pensioen gaan of daarna?
“Het maakt niet uit of je net voor de overstap of net erna met pensioen gaat. Het moment van pensioneren moet je echt van je persoonlijke situatie laten afhangen. Ga je op de AOW-datum met pensioen? Wil je eerder stoppen met werken? Kun je dat financieel gezien? Of wil je juist langer doorwerken? Ik raad mensen aan om met een pensioenconsulent te bespreken wat de mogelijkheden zijn.” 

⇩  extra online content  ⇩

8En wat als dat voor mij een achteruitgang betekent? Zijn er dan garantieregelingen?
“Vooraf wordt berekend wat de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel betekent voor de verschillende groepen in het pensioenfonds. Als die overgang negatief uitpakt, kunnen sociale partners besluiten om alle pensioenen die in het verleden bij PME zijn opgebouwd, onder het oude regime te houden. Maar dat betekent dus wel dat de spelregels die nu gelden rondom verhogen en verlagen, niet worden aangepast. Dus dan krijg je nog steeds een pensioen dat waarschijnlijk niet wordt verhoogd. 
Als de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel voor bepaalde groepen negatief uitpakt, dan kunnen sociale partners ook besluiten om deze groepen te compenseren. Uiteindelijk is het belangrijk dat met de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel het vermogen van PME eerlijk wordt verdeeld over de persoonlijke vermogens.”

9Als je nu met pensioen gaat, ga je dan uiteindelijk ook over naar het nieuwe stelsel? En heeft dat invloed op het pensioen?
“Alle pensioenen gaan mee, of ze nu al zijn ingegaan of nog niet. We rekenen ook het ingegane  pensioen om naar een persoonlijk vermogen. Het doel is om de uitkeringen in het nieuwe stelsel gelijk te houden aan de uitkeringen in het oude stelsel. En de verwachting is dat we in het nieuwe stelsel eerder kunnen verhogen.”

10Pensioenuitkeringen gaan meer schommelen. Zit daar nog een bepaalde demping of bandbreedte in?
“Het jaarlijkse rendement heeft straks direct gevolgen voor de pensioenuitkering. Een stijging of daling kunnen we niet wegpoetsen. Wat we wel kunnen doen, is een schok uitsmeren over meerdere jaren. Dan krijg je niet ineens een veel lagere uitkering. Daarnaast komt er een soort buffer voor slechte tijden. Ook beleggen we voor gepensioneerden een beetje zekerder dan voor werkenden. Dat is zoeken naar een balans. We willen natuurlijk genoeg rendement halen om de pensioenen te kunnen verhogen en tegelijk ook niet te veel risico nemen. Over het algemeen is het zo dat hoe ouder een deelnemer is, hoe minder risico we gaan nemen.”

11En wat als mijn persoonlijke vermogen al op is voordat ik overlijd?
“Dat kan nooit gebeuren. Er is een manier bedacht om te zorgen dat de persoonlijke vermogens nooit opraken. Er overlijden namelijk ook veel mensen vóórdat ze hun eigen gespaarde vermogen helemaal hebben gebruikt. Hun restsaldo gaat naar alle anderen. En dan werkt de wet van de grote getallen: zo is er altijd genoeg vermogen voor iedereen, zelfs al word je 120 jaar.”

11

  VRAGEN

aan de pensioenspecialist 

Het zijn spannende tijden in pensioenland. Er komt een nieuw pensioenstelsel aan, waardoor er veel verandert. Ondertussen hebben we nog steeds te maken met de dekkingsgraad die behoorlijk kan schommelen. Sjoerd Witjes is pensioenspecialist bij PME en kan duidelijk uitleggen hoe het allemaal in elkaar steekt.

1Wat is nu eigenlijk de dekkingsgraad?
“Het is een percentage waaraan je kunt zien hoe gezond een pensioenfonds is. Als onze dekkingsgraad op 100 procent staat, hebben we precies genoeg geld om alle pensioenen uit te keren, ook de pensioenen die we over vijftig jaar moeten uitkeren. Nu staat de dekkingsgraad boven de 100 procent, dat betekent dat we nu aan de goede kant van de grens zitten. Als we echt helemaal veilig willen zitten, moeten we naar ongeveer 120 procent toe. Dan hebben we voldoende zekerheid om een slecht beleggingsjaar te kunnen opvangen.”

2Wat doet de dekkingsgraad?
“De dekkingsgraad bepaalt wat we kunnen. Als de dekkingsgraad op 110 procent zit, mogen we de pensioenen deels verhogen. Als onze dekkingsgraad té lang te laag is, moeten we de pensioenen verlagen. Rond die 100 procent is het spannend, want als we een slecht beleggingsjaar hebben, of een aantal slechte jaren, duiken we weer onder die 100 procent en moeten we maatregelen nemen, bijvoorbeeld de pensioenen verlagen.”

3Betekent dit dat de dekkingsgraad alleen gevolgen heeft voor gepensioneerden?
“Nee, voor iedereen. Gepensioneerden merken het direct in hun portemonnee: zij krijgen dan een aanpassing van hun maandelijkse uitkering. Mensen die nog niet met pensioen zijn, merken het als ze inloggen op mijnpensioenoverzicht.nl. Daar zien ze dat hun verwachte pensioen wordt aangepast.”

4Er komt een nieuw pensioenstelsel.Wat verandert er?
“Nu bouwen alle deelnemers pensioen op in één grote pot. In het nieuwe pensioenstelsel ziet een deel­nemer precies hoeveel geld er voor zijn eigen pensioen is gespaard. Dit heet het persoonlijke pensioenvermogen: een eigen pot, waarin ze samen met de werkgever zelf premie hebben ingelegd. Daaraan wordt jaarlijks het rendement toegevoegd of onttrokken dat het pensioenfonds heeft gehaald. Naast het persoonlijke pensioenvermogen laten we ook zien hoe hoog de uitkering naar verwachting wordt.”

5De dekkingsgraad verdwijnt. Waarom is dat?
“Het grote probleem met de dekkingsgraad is dat die, ondanks de goede beleggingsresultaten, rond de  100 procent blijft hangen. Dat heeft te maken met onder andere de lage rente. Voor de dekkingsgraad rekenen we met een rente van ongeveer 0,2 procent. Dat betekent dat als we over twintig jaar een uitkering van 1.000 euro moeten doen, we nu al 960 euro in kas moeten hebben, want die twintig jaar rente levert bijna niks op. Jaren geleden was de rente veel hoger, toen hoefden we maar 500 euro (op basis van de rente in 2010) in kas te hebben om over twintig jaar die 1.000 euro te kunnen uitkeren. We moeten dus nu meer dan twee keer zoveel in kas hebben om die toekomstige uitkering te kunnen doen. Dit maakt dat die dekkingsgraad niet meer van zijn plek afkomt, ondanks dat we met beleggen goede rendementen hebben behaald van gemiddeld acht à negen  procent per jaar.”

6Kunnen deelnemers en gepensioneerden er ook voor kiezen om in het oude pensioenstelsel te blijven?
“Nee, dat kan niet. Vanaf de ingang van het nieuwe stelsel gaat iedereen pensioen opbouwen in dit nieuwe stelsel. Dat is verder geen keuze, dat is de wet. De sociale partners, dat zijn de werkgevers en vakbonden samen, bepalen wat ze met de nu al opgebouwde pensioenen gaan doen. Het uitgangspunt is dat die ook worden omgezet naar het nieuwe stelsel, omdat ze verwachten dat dit voor iedereen beter is.”

7Wat is beter: vóór de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel met pensioen gaan of daarna?
“Het maakt niet uit of je net voor de overstap of net erna met pensioen gaat. Het moment van pensioneren moet je echt van je persoonlijke situatie laten afhangen. Ga je op de AOW-datum met pensioen? Wil je eerder stoppen met werken? Kun je dat financieel gezien? Of wil je juist langer doorwerken? Ik raad mensen aan om met een pensioenconsulent te bespreken wat de mogelijkheden zijn.”

⇩  extra online content  ⇩

8En wat als dat voor mij een achteruitgang betekent? Zijn er dan garantieregelingen?
“Vooraf wordt berekend wat de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel betekent voor de verschillende groepen in het pensioenfonds. Als die overgang negatief uitpakt, kunnen sociale partners besluiten om alle pensioenen die in het verleden bij PME zijn opgebouwd, onder het oude regime te houden. Maar dat betekent dus wel dat de spelregels die nu gelden rondom verhogen en verlagen, niet worden aangepast. Dus dan krijg je nog steeds een pensioen dat waarschijnlijk niet wordt verhoogd. 
Als de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel voor bepaalde groepen negatief uitpakt, dan kunnen sociale partners ook besluiten om deze groepen te compenseren. Uiteindelijk is het belangrijk dat met de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel het vermogen van PME eerlijk wordt verdeeld over de persoonlijke vermogens.”

9Als je nu met pensioen gaat, ga je dan uiteindelijk ook over naar het nieuwe stelsel? En heeft dat invloed op het pensioen?
“Alle pensioenen gaan mee, of ze nu al zijn ingegaan of nog niet. We rekenen ook het ingegane  pensioen om naar een persoonlijk vermogen. Het doel is om de uitkeringen in het nieuwe stelsel gelijk te houden aan de uitkeringen in het oude stelsel. En de verwachting is dat we in het nieuwe stelsel eerder kunnen verhogen.”

10Pensioenuitkeringen gaan meer schommelen. Zit daar nog een bepaalde demping of bandbreedte in?
“Het jaarlijkse rendement heeft straks direct gevolgen voor de pensioenuitkering. Een stijging of daling kunnen we niet wegpoetsen. Wat we wel kunnen doen, is een schok uitsmeren over meerdere jaren. Dan krijg je niet ineens een veel lagere uitkering. Daarnaast komt er een soort buffer voor slechte tijden. Ook beleggen we voor gepensioneerden een beetje zekerder dan voor werkenden. Dat is zoeken naar een balans. We willen natuurlijk genoeg rendement halen om de pensioenen te kunnen verhogen en tegelijk ook niet te veel risico nemen. Over het algemeen is het zo dat hoe ouder een deelnemer is, hoe minder risico we gaan nemen.”

11En wat als mijn persoonlijke vermogen al op is voordat ik overlijd?
“Dat kan nooit gebeuren. Er is een manier bedacht om te zorgen dat de persoonlijke vermogens nooit opraken. Er overlijden namelijk ook veel mensen vóórdat ze hun eigen gespaarde vermogen helemaal hebben gebruikt. Hun restsaldo gaat naar alle anderen. En dan werkt de wet van de grote getallen: zo is er altijd genoeg vermogen voor iedereen, zelfs al word je 120 jaar.”

Arrow-prev Arrow-next